Follow us:
Twitter van Reizendoejezo Facebook van Reizendoejezo Googleplus van Reizendoejezo Nieuwsbrief van Reizendoejezo

Reisverhaal - Rondreis door Jemen

 

Tot zover het reisadvies van het Ministerie van buitenlandse zaken. Alle negatieve adviezen hebben ons toch niet op andere gedachten kunnen brengen om af te reizen naar dit bijzondere land. Wel hebben we een reis geboekt bij reisorganisatie Djoser omdat dit ons veiliger leek.




http://www.tweereizigers.nl/foto/jemen/bab_el_jemen.jpg
Foto tweereizigers.nl







Eerste dagen

Na een wat onrustige nacht staan we om 6 uur op. Onrustig omdat ik 5 minuten voor ik in mijn bed stapte, tot de ontdekking kwam dat mijn rijbewijs al 4 maanden verlopen is. Dat voelt niet zo lekker. Maar ja, nu is er toch niets meer aan te doen. Na 2 koppen koffie stappen we om ruim 7 uur bij onze dochter in de auto, op naar Schiphol. We zijn de laatste personen die inchecken. We eten op Schiphol nog iets en nemen afscheid van wegbrenger. Precies op tijd vertrekken we naar Frankfurt. Als we daar zijn, moeten we eerst een half uur rondcirkelen, want op de grond is een vliegtuig na de landing in brand gevlogen. We landen ten slotte op een stuk van het vliegveld dat voor vrachtvervoer bestemd is. Alle vluchtschema's zijn door de brand in de war. We zitten ook nog bij de verkeerde gate te wachten op het vertrek naar Sana'a. A65 staat op onze instapkaart, maar we moeten nu naar A55. Het wachten duurt lang. We maken nu wel kennis met onze medepassagiers. Een uur later dan gepland, stappen we in het vliegtuig. Tot onze stomme verbazing vliegen we eerst naar Caïro, een tussenlanding dus. Als het vliegtuig opstijgt, rammelt er van alles. Het klinkt niet erg veilig, maar alles gaat goed. We zitten ge­zellig naast elkaar en Bert zit bij het raam. We vliegen via München, de Alpen en Kreta naar Caïro. Om 19.30 uur plaatselijke tijd landen we. We mogen het vliegtuig niet uit, maar lopen even naar de openstaande deur waar het eten voor de verdere vlucht naar binnen wordt gebracht. Het is hier 410. Het waait een beetje, net of de haarföhn aanstaat. Maar we staan wat in de weg en lopen maar weer terug naar onze plaatsen. Een man komt in paniek het vliegtuig weer in gerend, hij is zijn paspoort kwijt. Het wordt niet gevonden. Het vuil wordt op gehaald en de afvalbakken van de wc geleegd, maar er komt geen sopje aan te pas. Hoewel de wc vreselijk smerig is. Ondertussen is het 20.00 uur en het wordt al donker. Om 20.45 stijgen we op voor het laatste deel van de reis. Er zijn geen passagiers meer bij gekomen en. Bert gaat lekker liggen op 4 stoelen, ik maak het me gemakkelijk op de 2 stoelen. Onderweg zie ik een prachtige sterrenhemel, net of je zo de sterren kunt plukken. Om 23.30 uur landen we op Sana'a. We denken dat de hoogte meter het niet goed doet, want op 2235 m landen we al. Sana'a ligt dus zo hoog. De temperatuur is 21 gr. C. een heerlijk temperatuurtje. Het wachten is nu op de koffers. Geluk­kig zijn er niet zo veel passagiers overgebleven, anders zou het wel heel lang hebben geduurd. Er is geen douane controle. Lekker gemakkelijk dus. Onze reisleidster staat keurig te wachten en we stappen in de bus die ons naar het hotel zal brengen. Maar na een paar km begeeft de bus het. Na wat gerommel en gepruts met behulp van een zaklantaarn en een aansteker blijkt hij het definitief op gegeven te hebben. Er wordt snel ander vervoer geregeld. De bagage gaat in een laadtruck en wij in een taxibusje er achter aan. Het lijkt wel een hoerenbus, allemaal rode lampjes. Eerst is de weg nog geasfalteerd, maar later rijden we door een droog gevallen rivierbedding. We hobbelen bijna met onze kop door het dak. Onderweg zien we een paar versierde huizen met lampjes, dezelfde die we in Nederland met kerst ook hadden, een rubber slang met lichtjes. Dit is nog van 22 mei, elk jaar vieren ze dan de eenwording van Jemen. Vorig jaar is het een groot feest geweest omdat het toen 10 jaar geleden was, maar dit jaar is het alleen in Aden uitgebreid gevierd. Om 1 uur komen we doodmoe in hotel Golden Daar aan. Het staat in het oude centrum en is een oud paleis van een imam en in de jaren '90 tot hotel verbouwd. Deze verbouwde hotels vind je alleen in Sana'a. Hoewel het nooit echt een paleis is geweest, is de prijs van een kamer is zo hoog dat er nooit een Jemeniet zal logeren. We hebben geen eigen douche en wc, maar deze zijn op de gang. Het kan ons niet veel schelen. We rollen doodmoe ons bed in. Het was een lange dag.



Maandag 28-5 Sana'a

Om 7 uur is het opstaan geblazen, ontbijt met een praatje van Pleuni, onze reisbegeleidster. We gaan hierna meteen dollars wisselen. Met een dik pak ryals komen we het wis­selkantoor uit. De stad maakt nu al indruk op ons. We gaan ons eerste kopje thee hier drinken. In het theehuis “26 september”. Er zullen nog talloze kopjes volgen deze vakantie. De thee is mierzoet en heel sterk. Niet mijn "cup of tea". Hierna worden we bij de Bab al Jemen afgezet. Dit is de toegangspoort van de oude stad. Sana'a wordt ook wel beschouwd als het grootste openlucht museum in de Arabische wereld. Binnen een straal van 1 km staan er alleen huizen die volgens oude tradities zijn gebouwd. Het leven lijkt hier stilgestaan te hebben. Het lijkt of we in de Middeleeuwen terecht zijn gekomen. Volgens de geschiedschrijvers van Jemen is de stad gesticht door Sem, de oudste zoon van Noach. Het zou een van de eerste woongebieden van de mensheid zijn geweest. Er staat een gedeeltelijk nog in takt zijnde muur om de oude stad. Sana'a heeft 500.000 inwoners, van wie er 42000 binnen de oude stadsmuren wonen. De oude inwoners van Sana'a hebben de voorkeur voor de woningen die net buiten de stadsmuren gebouwd worden. De huizen die zij achterlaten worden steeds meer ingenomen door immigranten van het platte land. In dit deel staan de 400 jaar oude huizen die nog volgends de duizend jaren oude traditionele bouwstijl gebouwd zijn. En dit wil men ook zo houden. Het is niet geoorloofd om binnen dit gebied een modern gebouw neer te zetten of een oud gebouw af te breken. Daar de ruimte binnen de stadsmuren begrenst was, moest elke cm grond zo efficiënt mogelijk gebruikt worden en een uitbreiding van de ruimte kon alleen in de hoogte gerealiseerd worden. Het huidige straatbeeld dateert uit de 15e a 16e eeuw. De eerste verdieping van de huizen zijn van steen, terwijl de  hogere verdiepingen van leem zijn opgetrokken. Boven de ramen worden gipsen friezen geplaatst waartussen gekleurde albasten of glazen ruiten worden gezet. (Takhrim ramen). In het oostelijk deel van de oude stad zijn de huizen 4 tot 5 verdiepingen hoog en elke verdieping heeft zijn eigen leeffunctie. Men komt binnen door een entree die duidelijk een verdedigende functie heeft. Het zijn vaak zware houten deuren met ijzer beslag versierd en er zit een stevig slot op. Dit was hard nodig, als je bedenkt dat nog in 1948 Sana'a door de omliggende stammen werd geplunderd. Hiertoe had de imam toestemming gegeven als dank aan de nomaden voor het veroveren van de stad, die in handen van oproerlingen was gevallen. De ruimte op de begane grond wordt gebruikt als stal, opslagplaats of men heeft er een kleine winkel. Vroeger werd deze ruimte vrij gehouden om het mogelijk te maken hier een gevecht aan te gaan met de vijand en zo de bovenliggende verdiepingen te kunnen verdedigen. Hier worden ook de fecaliën van de diverse toiletten die op de bovenverdiepingen liggen, opgevangen en verwerkt tot brandstof. In de dorpen vind men op de plaats waar de toiletten zich bevinden een kleine uitstulping van de muur met een gat erin, de fecaliën komen zo op de straat terecht. Via een smalle trap komt men op de eerste verdieping. Ook hier ziet men weer de verdedigende functie, op smalle trappen kan een vijand gemakkelijk worden tegengehouden. Op de eerste verdieping worden vaak de etensvoorraden en de potten en pannen bewaard. De gasten kunnen zich vermaken op de tweede verdieping. Voordat deze kamer betreden wordt trekt men de schoenen uit. Op de grond liggen matten en tapijten. Aan de kant zijn kussens neergelegd en hier en daar een armsteun. De kleding van het gezin hangt hier aan haken aan de muur. Bij de rijkere families zijn er nissen in de muur uitgespaard, waar de kleren hangen en worden de nissen afgesloten met fraai bewerkte houten deuren. Op de tweede verdieping bevinden zich ook de slaap vertrekken. De slaapvertrekken zien er bijna net zo uit als de woonkamers met dien verstande dat er in plaats van zitkussens matrassen lans de kant van de kamer zijn neergelegd. Op deze verdieping bevindt zich ook vaak de mooie kamer waar huwelijken worden gesloten, geboortes en andere belangrijke familie feesten worden gevierd. Op de derde verdieping liggen de kleinere vertrekken voor de kinderen en de vrouwen. Van oudsher wordt deze verdieping de Haram genoemd. De mannen die niet tot de directe familie behoren hebben hier geen toegang. Het komt op dit moment niet zo vaak meer voor dat mannen meerdere vrouwen hebben. Als dit wel zo is, is de man meestal rijk genoeg om de tweede of derde vrouw in een ander huis onder te brengen. Daarom wordt de haram bewoond door de moeder van de echtgenoot, zijn vrouw, ongetrouwde zussen en de kinderen. Het is ook mogelijk dat de vrouwen van broers die in het buitenland werken hier wonen. Er moet ten slotte een beschermheer zijn die de eer van de vrouwen hoog houdt. De keuken ligt ook op deze verdieping, zodat het eten voor de gasten die op de tweede verdieping eten, gemakkelijk aangereikt kan worden. De bovenste verdieping, Mafraj,is voor de mannen van het huis. Hier nemen ze, onder het kauwen van de dagelijkse hoeveelheid qat, de plaatselijke politiek onder de loep.

Meestal heeft elke verdieping een toilet en een badkamer. Er was geen stromend water en men waste zich door water uit een kan over zich heen te gieten. Het toilet bestaat uit twee verhogingen aan weerskanten van een gat, waar men de voeten op kan zetten. Dit gat kwam via een schacht meestal op straat uit, of op een binnenplaats. De poep droogt in dit land snel en werd verkocht aan een badhuis, die het weer gebruikt als brandstof om het water op te warmen. Sana'a heeft nu een riolering en stromend water. Dit is met behulp van geld van de Unesco gebeurd. We slenteren door de soek. Het is een wirwar van smalle kronkelige straatjes. De oude binnenstad is opgenomen op de wereld erfgoedlijst en is met behulp van de UNESCO in traditionele stijl gerestaureerd. Je vindt hier geen moderne huizen, hierdoor wanen we ons in de middeleeuwen. We zien bijna alleen mannen. Ze dragen gekleurde doeken om hun benen of een lange jurk. In beide gevallen dragen ze er een colbertje over. En natuurlijk de jambiya en de hoofddoek. De vrouwen die hier lopen zijn zwaar gesluierd. Opeens lijkt er wel een opstootje te ontstaan. Het blijkt dat er hier "basiet" of zo iets verkocht wordt. Het is een drankje met rozijnen er in. Ze noemen het bier zonder alcohol. Het is wel lekker fris. We komen op de kruidenmarkt. Hier ruikt het lekker naar alle verschillende kruiden. Ze hebben hier ook kardemon, waar we in Egypte thee van hebben gedronken. We hebben het een beetje warm en gaan op zoek naar een terrasje. Net buiten de poort zien we iets waar we buiten op een soort omloopje kunnen zitten. Het is niet zo stevig. Bert zet zijn voeten tegen het hekwerk en het hek buigt helemaal voorover. Hier maken we de fout om naar Coca-Cola te vragen. Dat hebben ze niet. Dus dan maar en ander zoet drankje. Later zien we dat ze wel Pepsi hebben. Maar ja, dat hadden we niet gevraagd. Binnen wordt qat gekauwd. We mogen er niet bij. Later wordt Bert wel uitgenodigd. Ik zal dus wel degene zijn die niet welkom is. Bert raakt aan de praat met een man uit Irak. Hij dacht dat Bert in de olie business zat. Of Bert dan ook voor een baan voor hem kon zorgen. We horen hier ook dat er gisteren een Duitse student gegijzeld is.

Na een poosje gaan we weer op pad. We lopen weer via de Bab-al-Yemen naar het pleintje. Mannen verkopen hier colbertjes. Ze hebben soms wel vier over elkaar om hun schouders hangen. Links van ons zien we de ateliertjes, zo groot als en klein kamertje, waar de colbertjes worden genaaid. We lopen over de fruitmarkt en kopen een paar bananen. We zoeken een plekje in de schaduw. Er komt iemand naar ons toe die vraagt of we verdwaald zijn. Hij is leraar engels en wil met ons iets gaan drinken. Dan kan hij zijn engels weer eens oefenen. We wijzen het vriendelijk maar beslist af, we willen eerst toch even de kat uit de boom kijken. We geven een paar ballonnen aan kinderen. Ze blazen ze meteen op. Sommige kinderen vragen zelfs om soera (foto). Dat is natuurlijk niet tegen dovemans oren gezegd. Gelukkig hebben we ruim rolletjes meegenomen. Er worden ons ontelbare jambiya's te koop aangeboden. Overal zien we nu ook qat kauwende mannen met een dik wang. Het is een zot gezicht. Ook verkopen ze hier Miswak op een kleedje. Dit lijkt op zoethout, maar is de Jemenitische tandpasta. Het is al eeuwenoud en werd al aanbevolen door de profeet Mohammed. Maar ook in 500 vC werd het al in Babylon genoemd. Miswak bevat fluoride siliconen en heeft een antibacteriële werking. Het helpt ook tegen plak, ontstekin­gen en slechte adem. Er is een graan markt, een koffie markt, geld wisselaars, cassette bandjes, kleren en zilver, (het is niet het zilver wat wij mooi vinden) en natuurlijk de jambiya winkeltjes. Veel van de goederen blijven overnacht in de soek staan. Vanuit een wachttoren let er iemand op dat er niets wordt gestolen. We lopen nog wat rond en zijn eigenlijk moe. We lopen nog langs de grote moskee, maar daar mogen we natuurlijk als niet-moslim niet in. Hoewel het nog maar 4 uur is, gaan we terug naar het hotel. We hebben geen voeten meer over. Maar dat is nog niet zo eenvoudig. Het eerste stuk lopen we goed, maar dan vergeten we een keer naar links af te slaan. We weten niet meer waar we zijn. Gelukkig hebben we het kaartje van het hotel. Bert vraagt de weg bij een eettentje. Een klant weet waar het hotel is. Hij loopt voor ons uit en brengt ons netjes thuis. Het is nog een aardig eindje, maar hij vraagt er niets voor. We hadden het zelf nooit gevonden. We nemen een kopje koffie en gaan lekker even met de voetjes omhoog.

's Avonds gaan we met zijn allen uit eten in een Jemenitisch restaurant. We lopen weer door de soek er naar toe. Het is er nu een stuk levendiger dan vanmiddag. Zelf hadden we dit restaurant niet op de eerste avond uitgezocht. Het ziet er vreselijk vies uit. De mensen in de keuken maken een kabaal en het zijn allemaal armen en benen. De tafel wordt met kranten gedekt. Deze service is niet voor de Jemenieten weggelegd. Maar het eten smaakt heerlijk. Schalen met vis, kip, rijst en scherpe prutjes. We krijgen grote ronde broden, die lijken op pannenkoeken. Hier schep je de rijst en het prutje mee op. De rest doe je met je vingers. Lepels en vorken doen ze hier niet aan. Voldaan en volgegeten gaan we naar het hotel terug. We gaan nog even op het dakterras zitten en kijken over Sana'a uit. We hebben het gevoel of we hier al heel lang zijn.



Dinsdag 29-5 Shihara

Vanochtend vertrekken we na het ontbijt uit Sana'a. gelukkig komen we hier nog een keer terug en hoeven we nog niet afscheid te nemen van deze mooie stad. De toyota 4wheel drives staan klaar en dan gaan we richting Shihara. Maar eerst komt er nog een gids bij ons in de auto.  Ook worden we begeleid door een pick-up truck vol militaire politie, met achterop een zwaar kaliber afweer geschut (M50?) Dit zal later een vertrouwd beeld worden. De soldaten worden steeds weer door andere soldaten afgelost, maar de begeleiding blijft de hele reis bij ons. Het landschap is eerst nog vrij vlak. We maken onze eerste stop in het dorpje Amran. Dit is een ommuurde stad zo'n 50 km ten noord westen van Sana' a. Ondanks de geringe afstand tot Sana'a is het toerisme hier nog niet echt doorgedrongen. We gaan door de poort naar binnen. Vroeger was deze stad zelfvoorzienend. Er was zo'n ruimte gebrek in de stad, waardoor de stoffige ongeplaveide wegen zo smal zijn dat er geen auto door heen kan rijden. Op de marktplaats zijn diverse kleine winkeltjes waar je pistolen, revolvers, mitrailleurs en handgranaten en natuurlijk de bijbehorende mu­nitie kunt kopen. Voor de winkels zijn een soort luifels aan gebracht die gesteund worden door zeer oude pilaren. De versiering van de huizen bestaat uit een raamdecoratie van albast en gips. Een jongetje loopt met ons mee en wijst ons op de inscriptie. Deze moet volgens het boekje uit de tijd van het rijk van Sheba komen, waaruit blijkt hoe oud de stad is.

De volgende stop is om qat voor de chauffeurs te kopen. Deze belangrijke aanschaf moet blijkbaar voor twaalf uur gebeuren. Daarna wordt er voor de lunch gestopt. Hier zit een man die vol trots de munitie laat zien die om zijn dikke buik hangt. We horen dat het gemiddelde maandinkomen voor een Jemeniet $100-$200 is. Als we verder rijden wordt het landschap zeer afwisselend. Als we boven op een bergje even stilstaan hebben we een prachtig uitzicht. Onderweg rijdt de chauffeur Fouad een geit aan. Dit komt nogal heftig aan. De darmen en lever liggen eruit, maar het beest leeft nog wel. De militairen wagen er geen kogel aan. Het blijkt dat ze elke kogel die ze missen tijdens de toeristen escortes, moeten verantwoorden. Nadat de onderhandelingen over schadever­goeding is geregeld, snijd de herder de keel van de geit door. Het mes wordt aan de vacht afgeveegd.

We zitten bij Abdul Galic in de auto. Hij geeft ons Arabische les: Dank u Shukran, hallo, alan bas­salam, goede morgen, saba al gair. We rijden ondertussen door een prachtig landschap, soms verlaten en dor, dan opeens weer begroeid. Jemen is ook buiten de hoofdstad een prachtig land. We komen bij Huth. Dit is een klein dorp waar niet veel te zien is. Maar hierna is het met de goede weg gedaan. We hobbelen  met de auto's over iets dat op een pad moet lijken, tot we bij een parkeerplaats komen. Hier stappen we over in pick­up trucks van de plaatselijke bevolking. We moeten achterin staan en ons stevig vasthouden. Achterin elke truck zit ook een militair. En de plaatselijke gids ontbreekt ook niet. We zien Shihara in de verte als een klein stipje op de berg liggen. Het zal nog wel even duren voor we er zijn. We hebben soms moeite om te blijven staan. We moeten ondertussen ook nog een oogje op onze bagage houden, want volgens Pleuni raakt er nog wel eens wat kwijt op dit stuk. Maar de uitzichten zijn spectaculair. We staan ons er rammelend en schokkend aan te vergapen. Soms is het zo verschrikkelijk steil dat je denkt “Daar kan geen auto bij op”. Ook liggen er stenen op het pad, half zo hoog als de wielen. Dat vind ik soms best eng. Maar alles gaat goed. We begrijpen staande op de truck, onmiddellijk waarom Shihara tot de komst van de vliegtuigen een onneembare vesting was. De truck voor ons heeft het moeilijk en de motor slaat af. De chauffeur springt er uit en legt een steen achter de wielen en probeert het weer op nieuw. Na anderhalf uur hobbelen, komen we uiteindelijk om 6 uur ‘s avonds in Shihara aan. Shihara is een beroemd vestingdorp, dat op 2600m hoogte ligt. Maar voor ons gevoel ligt het veel hoger. Tijdens de burgeroorlog van de jaren zestig heeft Shihara gediend als verzetshaard van de koningsgezinden. Maar toen zijn er  vliegtuigen ingezet die de stad grotendeels hebben vernietigd. In de loop van de jaren zeventig is het dorp weer in de oude traditionele stijl opgebouwd.

We zetten de bagage in de funduq neer en gaan een wandeling door het dorp maken. We worden geëscorteerd door 3 gewapende militairen. De bevolking is hier niet zo dol op toeristen. Maar de kinderen hebben nergens last van en lopen vrolijk met ons mee. De bovenste ramen van de huizen hebben tralies. Zelfs in dit kleine dorpje zijn 2 moskeeën. Er liggen 23 “cisternen” een soort waterreservoirs, die het mogelijk maken voor de bevolking om een lange belegering vol te houden. Deze cisternen zijn niet verbonden met een bron, maar houden het regenwater vast. Deze worden tot op de dag van vandaag nog gebruikt. Het ziet er vies, groen troebel uit. Maar de vrouwen halen er ook nu water uit.

We lopen naar de 17e eeuwse brug over het 300m diepe ravijn. Het is geweldig. Ik heb niet zo snel last van de hoogte, maar dit duizelt me wel als ik naar beneden kijk. We blijven hier een poosje rondhangen en maken foto' s. Ik zou hier wel uren kunnen zitten en genieten van de adembenemende omgeving. In de verte zie je andere vestingdorpen op de bergen liggen. Maar dan klimmen we weer omhoog en gaan terug naar de funduq. Onderweg horen we schieten. We schrikken er van. Maar het blijkt dat er huizen worden afgebroken en dat dit met dynamiet ge­beurd. We eten weer brood met rijst en een bonenprutje. We slapen op een slaapzaal. Er is 1 wc (nou ja, gat in de grond) en douche voor allemaal. En natuurlijk stinkt het er verschrikkelijk.



Woensdag 30-5 Menakha

Pleuni heeft moeite om ons wakker te krijgen. Iedereen heeft oordoppen in en hoort niets. Maar het is ook nog erg vroeg 5.30 uur. Als ontbijt krijgen we oliebollen en oliekoeken. Deze koeken zijn van zuurdesem gemaakt. Niet weg te krijgen. We zullen onze tanden even poetsen, maar we gaan bijna dood van de stank. Om 6 uur gaan we lopen naar beneden. De terreinwagens zullen ons halverwege weer oppikken. We beginnen met de brug over te lopen. Dan dalen we via een geiten paadje af Het is een schitterende wandeling, maar wel erg zwaar. We lopen soms over terrassen en soms is het klauteren over stenen. Dan weer een eindje omhoog, dan weer omlaag. We komen langs een oude politie post, van waaruit vroeger het dorp werd verdedigd. Eindelijk zijn we bij de terreinwagens. Ik ben zo stijf dat ik er niet zonder hulp in kan klimmen. Naar beneden met de wagens is net zo eng als naar boven. En we komen ook nog een tegenligger tegen, maar alles gaat goed en de chauffeurs hebben dit vaker gedaan. Om 8.45 komen we bij onze jeeps aan. Er is een run op de waterflessen. We willen water, water, en nog meer water.

We gaan op weg naar Menakha. We rijden weer langs de qatplantages. Eigenlijk is het raar, ze zouden veel beter groente kunnen ver­bouwen. Nu moeten ze in Shihara de groente van beneden halen. Na 12 uur doen de mannen hier ook niets anders meer dan qat kauwen. Het is heerlijk om na al dat gehobbel in de terreinwagens, weer in de jeeps te rijden. Er moet getankt worden en we stoppen bij een pomp. Dit gaat niet door. Ook na veel getoeter en geschreeuw blijft de pompbediende rustig van zijn qat genieten en heeft geen zin om maar iets te doen. Bij de volgende pomp hebben we meer succes. Maar het is nu ook de hoogste tijd voor onze chauffeurs om qat te kopen. Wij kopen ook wat. Onze magen rammelen. Oliebollen hebben we bijna niet gegeten en we hebben een lange wandeling achter de rug. Gelukkig heb ik nog krentenkoekjes. Maar als we stoppen krijgen we een heerlijke lunch, halve kippen, een scherp prutje en een lekker yoghurt sausje. Dit laatste lijkt wel wat op de Indiase raita. Ook nu weer wordt alles met de handen opgegeten. Als we helemaal voldaan zijn stappen we in de jeeps en gaan ook wij aan de qat. Het zou moeten helpen om de lange reis die we nog voor de boeg hebben beter te verdragen. Opeens is er een soort wegversperring. Een of andere stam doet moeilijk en wil de tol voor de doortocht verhogen. Onze gids op dit stuk, een echte gluiperd en vreselijk druk, heeft schijnbaar toch wel wat overwicht, (zijn familie runt de funduq in Shihama) en begint de discussie. Uiteindelijk mogen we verder rijden. Of er extra betaald is, daar kom je niet achter. Na afloop blijkt dat de militaire politie die natuurlijk vandaag ook weer mee is, de zaak te hebben geregeld. We hebben genoeg van de qat gekregen. Je moet eerst de blaadjes tussen je tanden wat kneuzen en dan achter je wang stoppen. Het smaakt wat bitter. Er moeten steeds meer bladeren bij. Tot de bal in je wang zo groot is als een tennisbal. Maar dat halen we allebei niet. Ondertussen moet je ook water drinken. Bert slikt dan de bal per ongeluk door. Ik blijf nog een paar takjes naar binnen proppen, maar spuug het op het laatst ook maar uit. Of we er nu veel fitter van zijn geworden? We rijden door een alweer prachtig landschap met veel vruchtbare terrassen.

Dit is de mooiste streek van Jemen volgens de boeken. Nu hebben we natuurlijk nog lang niet alles van Jemen gezien, maar het is wel erg mooi. Op bijna elke bergtop ligt wel een dorpje in de kleuren van het landschap. De lucht betrekt en het wordt steeds donkerder. Even later begint het te regenen. En niet zo'n beetje ook. De terrassen staan vol water. Het flitst en er zijn rukwinden. Het water stroomt langs de weg naar beneden. We moeten naar Menakha. Dit ligt 90 km ten westen van Sana' a en ligt op 2200m hoogte. Het is moeilijk rijden voor de chauffeurs. Maar om 5 uur komen we aan. Het is een gefortifiseerd bergdorp en ideaal om van hier uit wandelingen te maken. Maar dan moet het weer wel opknappen. Ook hier slapen we weer in een funduq. Deze ligt aan de rand van het dorp. We slapen nu met 6 mensen op een kamer. Deze funduq is wel wat luxer dan de eerste. Er is een echte wc en een bad. Het sanitair is zwart en ziet er vreselijk uit. We beperken ons tot een lekkere douche, we kunnen er hierna weer even tegen. Bert is zo gelukkig om een dubbele matras te scoren.

Om haf acht is er eten en zelfs een alcohol vrij biertje. Hierna is een optreden met zang en dans. De dansers (natuurlijk alleen maar mannen) zwaaien en springen met de jambiya's heen en weer dat het een lieve lust is. Wij doen zelfs ook nog een paar dansjes mee. Maar al dat gespring maakt ons doodmoe. We vinden het welletjes en gaan om tien uur slapen.

We kunnen een beetje uitslapen. Om half negen zijn we klaar voor een fikse wandeling. Van de regen van gister is niets meer te merken. Het is prachtig weer. Menakha is een bergdorp in de bergen van Haraz. Het ligt op een heuvelkam met een schitterend uit­zicht op de terrasvelden die rondom het dorp zijn aangelegd. Vanuit de heuvels in de omgeving kun je goed zien dat de Jemenieten zich het veiligst voelen in indruk­wekkende vestingen boven op een bergtop. Er liggen in de omgeving nogal wat van deze dorpen. We worden met de jeeps naar Al-Khutayb gebracht. Hier start de wandeling. Het eerste stuk is nogal stijl naar boven lopen. Halverwege denk ik dat ik het nooit zal halen. Bert neemt de rugzak over. Eigenlijk wil ik wel terug, wat een ellende toch iedere keer dat naar boven lopen. Maar we gaan toch door, steeds even stoppen en wat water drinken en zo komen we tenslotte toch boven. We worden beloond met het prachtigste uitzicht dat je je kunt voorstellen. We zien in de verte het dorp Kahill liggen. We blijven een poosje van het uitzicht genieten en uit te puffen. Onze gids vertelt dat een jambiya 7000 ryal kost (= fl 105), maar dat je ze ook hebt voor 2 mil­joen ryal = fl 30.000. We lopen verder naar Kahill. Hier in dit dorp  wonen nog maar 5 families. Het is een wat spookachtig stadje. Het ziet eruit als een soort woonburcht met huizen van vier of vijf verdiepingen. Je kunt hier alleen maar lopend komen. De tijd heeft hier honderden jaren stil gestaan, zo lijkt het wel. Smalle steegjes en ook een watercisterne. We lopen verder en even buiten Kahill hebben we weer een prachtig uitzicht op Lakamat-al Miqab. Dit is een verlaten dorp. Er staan meisjes kettingen van pitten te verkopen. Ze bedelen niet en daarom kopen we er maar een. Ze zijn helemaal gelukkig met de verkoop. We val­len van het ene prachtige uitzicht in het andere. Je komt woorden te kort om het te beschrijven. We lopen verder naar Al-Hajarra. Dit is nog een hele tippel. We moeten eerst weer naar boven. De Jabal Shibam op, die is bijna 3000 m hoog. We komen een jongetje tegen met een kudde geiten. Hij wil wel op de foto. Hij geeft Bert een jong geitje in de armen. Onderweg is er een stop voor thee. Er komen twee jongetjes met thee kannen aanzetten. De thee is mierzoet en sterk, maar we drinken het toch op. Er staan ook twee prachtige meisjes bij. Ze zijn wat lichter van huidskleur als de rest. We maken er natuurlijk ook weer foto' s van. De mensen wonen hier zo afgelegen en ver van alles vandaan, dat kun je je gewoon niet voorstellen. Verder lopen we weer. Dan komen we op een plek waar ze een elektriciteitspaal bouwen. De bouwers vragen of wij er een foto van willen maken, zij zijn er apetrots op, maar wij vinden er niets aan. De uitzichten zijn veel mooier. Op een smal geitenpaadje komen we tegenliggers tegen. Een kudde geiten en wat koeien. Een oude  man zit op een ezel en heeft een paraplu op tegen de zon. Hij vindt het helemaal niks dat we een foto ma­ken, stapt van de ezel en gaat lopend met de paraplu op verder. We staan helemaal tegen de berg­wand aangeplakt als de kudde voorbij loopt. De beesten doen natuurlijk geen stap opzij. We staan boven op de berg als we horen dat er geschoten wordt. Het hoort heel onwezenlijk in deze omgeving. Net of je CNN op de tv hebt aan staan. Het blijkt dat er in Al-Hajarra een bruiloft wordt gevierd. We hebben een verrekijker bij ons. We zien dat er op het dorpsplein geschoten wordt en zien de lichtflitsen. Onze gids vertelt dat er nu met kleine khalasnikofs geschoten wordt, deze geweren heten hier "paluts". We lopen zo snel mogelijk naar beneden. Het is nog een heel eind. We doen er een goed uur over.

Als we aan de rand van het dorp zijn zien we dat er in een soort bassin zwemles gegeven wordt. Een jongetje spartelt aan een touw met een kalebas op zijn rug gebonden. Al-Hajarra zelf ligt op een rots en de huizen vormen de vestingmuur. We lopen via een hoge trap de poort van de stad binnen. De mannen dansen hier nog steeds, al zingend, met elkaar. Even later gaan ze al zingend met elkaar naar de dorpskern om te eten. Ze hebben allemaal een witte jurk aan en een zwart colbertje. De bruidegom loopt voorop en heeft iets kleurigs aan. De bruiloft duurt 3 dagen. Op dag één komen de gasten ' s avonds bij elkaar. De kado' s en het geld worden gegeven tijdens het samen eten. Op de tweede dag wordt er gedanst, gefeest en geschoten. Aan het eind van deze dag wordt er getrouwd. Dit is het moment dat de man en de vrouw elkaar pas voor het eerst zien. De derde dag wordt er nog wat nagefeest en gaat iedereen weer zijns weegs. Een jongetje komt bij me staan en pakt mijn hand. Zo lopen we het hele dorp door. Hij is niet bij me weg te slaan. Gelukkig heb ik ballonnen en pennen bij me. Het uitdelen is soms een hele klus, ze zijn zo razend snel in het verstoppen van de buit, dat je goed op moet letten wie al iets gehad heeft en wie niet.

De jeeps komen er aan en brengen ons weer naar Menakha. We krijgen hier een uitgebreide warme lunch. Na de lunch ga ik snel douchen en gaan, wij vrouwen, onze handen laten beschilderen met henna. We gaan naar de zussen van onze gids. We lopen door het dorp. We komen door steegjes en sloppen. Het is een onvoorstelbare viezigheid, overal ligt vuil. Het stinkt er ook. Ergens hier midden in staat het huis. We moeten via een smalle trap naar de tweede verdieping. Hier trekken we de schoenen uit en mogen dan de kamer binnen. Het is een kale ruimte met kussens langs de kant en een kleed op de vloer. De zussen staan al op ons te wachten. Ze zijn “gewoon" gekleed. Een beetje slordig, van de jurken (van het type "zee­man") zijn de naden los en er zitten gaatjes in. De oudste zus is 21 jaar en heeft 4 kinderen. Deze zus heeft wel  een hoofddoek om haar haren. De jongere zus is nog niet getrouwd en heeft geen hoofddoek om. Het is wel zo, dat de jongste zusjes van de gids even oud zijn als de kinderen van de oudste zus. De oudste zus is hier nu om te helpen met de henna beschildering. Ze woont natuurlijk bij de familie van haar echtgenoot. Maar eerst is het tijd voor de thee. Onze gids gaat in de hoek van de kamer liggen. Hij zal alles in de gaten houden, terwijl hij flink wat qat ligt te kauwen. Hij heeft aleen complete tennisbal achter zijn wang. De helft van zijn tanden zit er ook onder. Maar hij heeft nog een heel takkenbos qat bij zich. Er gaan nog steeds meer blaadjes naar binnen. Ik vind het een smerig gezicht die groene tanden. De zussen kauwen niet. Ze brengen thee voor ons. Natuurlijk ook hier weer de mierzoete sterke thee. Met moeite krijg ik het door mijn keel. Beleefdheidshalve zeg ik dat ik het heerlijk vind. Maar een tweede kop sla ik beleefd af. De meisjes heb­ben een simpel schriftje waar de afbeeldingen voor de henna tekeningen in staan. We kiezen er allemaal een uit. De jongste is handiger met het beschil­deren dan de oudste. We willen een foto maken van de handen. Maar de meisjes zelf willen absoluut niet op de foto. De jongste moet nu van haar broer ook een hoofddoek om doen. De tekeningen staan er in 10 minuten op. Het moet dan een half uur drogen. Wij worden wat melig. De mannen van de groep zullen alvast aan de waterpijp, de shisha, beginnen. Pleuni vraagt zich af of de mannen de shisha al "voorgepijpt" hebben. We schieten natuurlijk in de lach. Ze bedoelde dat de waterpijpen al "ingerookt" zouden zijn. Joke roept ook nog: oh, kut het loopt door. Gelukkig ver­staan ze er hier niets van. We zouden anders denk ik op staande voet door broerlief de deur uit gezet zijn. Maar broertje houdt de touwtjes wel in handen. Hij gebaart naar de meisjes dat het tijd is om de vaseline er op te smeren. De "'tattoo" wordt hier glanzend van. We vragen wat we moeten betalen. Wat je maar wilt, is het antwoord. Dat is altijd lastig. We hebben natuurlijk geen idee wat zo iets kost. Na overleg met Pleuni betalen we maar 500 ryal. Dit is ft 7.50. het lijkt ons wel genoeg voor hier. De meisjes mogen zo te zien het geld wel zelf houden. Buiten moet er een zakdoekje overheen. Er schijnt geen wind bij te mogen komen, want dan gaat het prikken. We lopen met onze hand in een papierenzakdoekje weer terug naar het hotel. Als de kinderen onze handen in zakdoekjes verpakt zien roepen ze al, henna, henna.

De mannen zijn nog niet met de shisha begonnen en hebben op ons gewacht. We gaan eerst eten en na het eten beginnen we. We nemen allemaal een trekje. We hebben het in Egypte ook al eens gedaan. Het is aan ons niet besteed. Ik ga er van hoesten. Bert is er ook niet kapot van. We laten de waterpijp aan de rest van het gezelschap over en gaan naar onze slaap­matjes.

Als ik wakker wordt heb ik een paar lekkere vlooienbeten. Ik heb toch in mijn eigen lakenzak geslapen. Het jeukt verschrikkelijk. We vertrekken om 7 uur uit Menakha. Het eerste wat we tegenkomen on­derweg is de qatmarkt. Die is al vroeg begonnen. Er wordt met een heleboel geschreeuw onderhandeld. De qat wordt uit de zakjes gehaald en bekeken. Het is vandaag de islamitische zondag en dan zijn er veel markten. We krijgen een lekkere vrucht van Fouad. Het lijkt een beetje op een kleine artisjok, maar van binnen is het wit. De partjes staan rechtop en lijken een beetje op knoflook partjes. De vrucht heet "geermich"of iets dergelijks. Fouad koopt de vrucht bij een stalletje langs de weg. Er zit een vrouw haar kind de borst te geven. Het kind lijkt wel ruim een jaar. Ze zit wel met een blote borst. De mannen om haar heen, haar man en zoon, maken geen aanstalten om ons te helpen. De vrouw moet eerst haar kind van de borst afhalen en neerzetten. De borst wordt weer onder de kleren verstopt en ze gaat ons helpen. Het kind pro­testeert ook niet. Het is wel bijzonder opvallend, dat dit zomaar kan, voeden langs de weg.

Het is 8.10 uur en Fouad heeft zijn eerste qat blaadjes al achter de kiezen. We staan hier bij een benzine pomp en een jongetje tankt een jerrycan vol benzine, het grappige hiervan is dat de meter van de pomp voor dat hij gaat tanken handmatig op 0 gezet wordt. De tweede stop is bij een ijsfabriek. Aan de poort kun je ijsjes kopen. Nu dat willen we wel. De ijsjes kosten 50 cent . Het zijn van die bekertjes ijs die je bij ons ook kunt kopen. We doen royaal en kopen nog een tweede ijsje. Maar dan zie ik een moeder met drie kleine kinderen die de lege bakjes ijs  uit de prullenmand halen. Ze zitten de bekertjes uit te likken. Dat vind ik te gek. Wij met onze wel doorvoede lijven twee ijsjes eten en zij maar de lege bakjes uitlikken. Ik geef mijn ijsje maar aan het jongetje. Ik vertel hem met gebaren dat hij het ijsje met zijn broertje en zusje moet delen. Ik let even op, maar hij doet het braaf. Bert vraagt waar ik mijn ijsje zo snel gelaten heb. Ik wijs het hem, hij geeft zijn ijsje aan de moeder. Als we weer terug zijn bij de jeeps, blijkt Fouad zijn autosleutels te hebben verloren. We zoeken overal. De kinderen van de ijsco's helpen ijve­rig mee, maar de sleutels zijn en blijven weg. De auto zat gelukkig niet op slot. Het starten zonder sleutel is ook geen probleem. De punt van de jambiya wordt in het contact gezet en zo omgedraaid. De jeep start meteen. Maar Fouad baalt wel, want de auto kan niet meer op slot en al onze spullen zitten er in. We gaan eerst maar snel achter de andere auto's aan. Fouad rijdt als een gek. We gaan naar Bayt al Faqih. Dit betekent, huis van de wijze man. Het is een lint dorp en Fouad scheurt er in volle vaart door heen. Het lijkt wel een scène uit een James Bond film. Maar de anderen staan nog op ons te wachten. Het dorp ligt centraal in de Tihama, wat het een ideale handelsplaats maakt. Hier is beroemdste markt van Jemen, die al vanaf het begin van de 18e eeuw wordt georganiseerd. Tegenwoordig wordt de markt alleen nog op vrijdag gehouden en heeft een uitgebreide sortering aan ambachtelijke en agrarische producten. Deze markt staat vooral bekend om de wevers die hier de "rokken" voor de mannen maken. Het is hier verschrikkelijk warm, Tihama betekent ook hete aarde. En het doet zijn naam dan ook alle eer aan. De temperaturen kunnen gemakkelijk tot 50 gr. C oplopen. De luchtvochtigheid bedraagt gemiddeld 85 %. De temperatuurmeter in de auto staat op 46°. Het is ver­schrikkelijk vochtig. Zodra we de jeep uitstappen, zweten we als een otter.

We kiezen uit de kinderen die zich als gids aanbieden, op goed geluk eentje. We worden overal langs gegidst. Er zijn wel 1000 mensen die iets te koop aanbieden. Het begint met een doekenmarkt. Net als overal zijn het hier ook smalle straatjes waar je alleen maar door kunt lopen. Maar hier is het zo verschrikkelijk druk, dat je bijna niet vooruit komt. Maar ons gidsje loodst ons er heel geroutineerd doorheen. De markt is onderverdeeld in secties waar men dezelfde soort producten verkoopt. Dit is natuurlijk gemakkelijk voor het vergelijken van de prijzen. Op een mini­pleintje, staan ze allemaal draagbare radio' s te verkopen. Het is een klere herrie. Iedereen heeft er één op zijn schouder en ze blèren  allemaal door elkaar heen. Dan komen we bij het gedeelte van de markt waar de medicijnmannen zitten. Hier mogen geen foto' s gemaakt worden. We zien ook geen kans om er stiekem een te maken. De medicijnman noemt zich zelf dokter. Hij heeft minuscule kleine sneetjes in het hoofd van de “patiënt” gemaakt. Met een soort hoorntjes zuigt hij een vacuüm en zet dan een dopje op het gat. Dit laat hij even zitten. Als hij ze eraf haalt stroomt het bloed er uit. De hoorntjes zitten ook vol bloed en die worden in de pot die er naast staat geleegd. Er zitten 5 van die hoorntjes op de rug. De buurman heeft ze op het achterhoofd zitten. Hier gebeurt hetzelfde mee, een soort aderlating, zou het echt helpen? We zien nog meer bizarre dingen. De ballen van een stier, liggen per twee stuks wat uitgelebberd naast elkaar. Afgehakte geitenkoppen. Bert wil er een foto van maken. Een jongen die dit ziet houdt een afgehakte geitenkop vlak voor zijn lens. Bert schrikt zich het apezuur. De geiten worden hier terplekke ook geslacht en meteen worden de onderdelen verkocht. Dat kan hier natuurlijk ook niet anders vanwege de onvoorstelbare hitte. Het is hier bijna niet te wezen van de hitte. Alles plakt aan ons. Dan ook nog de geur van het vlees en bloed. Als je neiging hebt tot flauwvallen moet je hier zeker niet zijn. We komen langs de kamelenmarkt. De kamelen hebben soms een soort muilkorf om. Ons gidsje snaait overal wat weg en wil ons van alles laten proeven. Maar hij heeft zulke vieze handen dat het niet verstandig lijkt om het op te eten. We prijzen hem dat het heerlijk is, maar we laten het stiekem op de grond verdwijnen. Hij heeft alles wel goed geleerd, want als ik van een muurtje af moet stappen reikt hij me als een galante heer zijn vieze hand aan. Na afloop zijn wij doorweekt. We trakteren hem en ons zelf in het winkeltje op een flesje cola. In een mum van tijd staat er een groep kinderen omheen die ook wel cola willen. Bert betaalt met een biljet van 1000 ryal waar een stukje afmist. Dat willen ze niet hebben. Toevallig zit er een engelse leraar in het winkeltje en die vertelt dat het nummer van het biljet mist. Zo is het niet meer geldig. Gelukkig hebben we het hoekje wat eraf mist nog. De leraar geeft ook het adres van het gidsje. Hij wil graag een foto hebben waar hij met ons op staat.

We stappen weer in de jeeps en al rijdend koelen we een beetje af. Onderweg passeren we auto’s afgeladen met mensen. Onderin zitten ook nog een paar geiten. Je houdt het niet voor mogelijk. Hier in de Tihama hangt een wat andere sfeer. De huids­kleur van de mensen lijkt wel iets donkerder. De vrouwen zijn ook kleuriger gekleed. We rijden naar Zabid dit ligt 37 km naar het zuiden. Het landschap verandert, het is nu helemaal vlak. Er staan bananenbomen en papaya's, welke langs de weg verkocht worden. Je ziet ook een aantal ronde rie­tenhutjes, die in kraal­vorm gebouwd zijn. Zabid, dat ontstond in 800, heeft lange tijd gefungeerd als het centrum voor de hele streek. Van hieruit en vanuit Bayt al Faqih werd via de universiteiten de leer van de koran verspreid. Zabid staat bekend als het centrum van onderwijs in Jemen. Het is de gewoonte dat de kinderen tenminste naar de koranschool gaan, waar men de koran uit het hoofd moet leren en waar de eerste beginselen van het lezen en schrijven worden bijgebracht. Deze laatste vaardigheden worden soms niet voldoende onderwezen om een fatsoenlijke brief te schrijven of een boek te lezen. Vandaar dat het aantal analfabeten erg hoog is, 70-80 %. Het eindexamen bestaat uit het uit het hoofd op zeggen van de koran in zijn geheel.

We rijden weer “off the road” een dorp door, waarna we gaan lunchen. We eten “shafoe" dit is het eerste dat de moslims ' s avonds eten tijdens de ramadan. Het is een hele scherpe saus en wat zuurdesembrood. Wij krijgen er kebab bolletjes bij. Tijdens de ramadan als de zon onder gaat en de moskee gaat loeien, mag men weer eten. Je eet eerst een dadel en dan deze maaltijd. We lopen door Zabid en zien overal een leeuw, weegschaal, zonnetjes en paarden op de muren staan, dit zijn de symbolen van de verschillende partijen in dit land. Voor de mensen die niet kunnen lezen. We stoppen bij een kamelenmolen. De kameel loopt rondjes en maalt zo de sesamzaadjes fijn, de sesamolie wordt opgevangen. In dit dorp staan nu nog 86 moskeeën. Op het hoogtepunt van de roem waren er 236 moskeeën, die tevens fungeerden als Koranschool. Terwijl in Sana' a, een grote stad, maar 64 moskeeën staan. Maar hoeveel moskeeën er ook staan, de stad is er niet schoner door geworden, wat een viezigheid hier. We gaan een huis bekijken, het moet heel mooi zijn. Het heeft prachtig bewerkte plafonds en ze zeggen dat de Arabische film: duizend en één nacht hier opgenomen is. Boven de deur van de eet- rustkamer hangt weer een tekst uit de Koran. Het gekke hier in Jemen is, ze kopen eerst de ramen en de deuren en bouwen daar het huis omheen. Als we naar buiten gaan, worden we door vrouwen achter een deur getrokken. Ze verkopen parfumballetjes. Die moet je op alle intieme plekjes rollen. Maar de geur is voor ons niet echt verleidelijk.

We stappen weer in de jeep. De qat is wat verlept en uitgedroogd in de hitte. Fouad doet de qat in zijn arafat sjaal, doet er wat water bij en hangt het buiten de jeep om het te laten drogen. Het is 48° in de auto. We rijden nu door een complete zandstorm. De ramen moeten dicht. Langs de kant van de weg wordt katoen verbouwd. We nemen de 1e afslag naar Al-Khawka. Nu is het gedaan met de goede asfaltweg. Het is gelukkig niet ver meer. We logeren hier in een soort resort. Het is wel leuk. Er staan een aantal huisjes. Elk huis heeft 2 kamers een wc en douche. We hebben geluk, op de andere kamer is niemand. Dus hebben we de douche en wc voor ons alleen. We gaan meteen naar de zee om te zwemmen. Het strand is niet echt mooi en we moeten nogal een stukje lopen. Er staan een paar palmbomen. Maar het water is heerlijk warm. Warmer dan de buitenlucht. De Rode zee is niet overal zo mooi als in Egypte. Hier ziet de Rode zee er uit als de Noordzee. De zon is ondertussen ondergegaan. Maar het is nog steeds warm. De jongens uit het dorp komen kijken naar al die blote, “nou ja blote” toeristen lijven. We gaan niet te ver, want er wordt gewaarschuwd dat achter het rif de haaien zwemmen. Ook wordt geadviseerd schoenen te dragen, want er komen schorpioenvissen voor. Op het strand vinden we niet van die mooie schelpen. Niet één die de moeite waard is om mee naar huis te nemen. We lopen weer terug en gaan douchen. We drogen ons af, maar eigenlijk is het vergeefse moeite. We kunnen ons wel af blijven drogen. Dit is verschrikkelijk zo erg hebben we het nog nooit meegemaakt. Maar gelukkig horen we een aggregaat aanslaan. De airco begint ook te werken. Het zal nu wel beter worden. Het begint inderdaad snel af te koelen. We eten buiten, gelukkig staat er een windje, hier­door is het nog enigszins uit te houden. We hebben ons goed ingesmeerd met antimug. Want in dit gebied komt de malaria tropica, de ergste vorm van de dodelijke malaria voor. We slikken wel palludrine, maar we hebben toch maar sokken en een shirt met lange mouwen aan. We gaan na het eten weer snel naar onze aircokamer. Het zweet staat ons echt overal. We gaan met een boek op bed liggen. “Niet te veel bewegen”.

We hebben heerlijk geslapen. Het ontbijt duurde nog al lang, alles was er behalve het brood. De bakker is hier niet zo snel. Het is ondanks het vroege uur al weer bloedje heet. Het is 8 uur en 37°. We staan bij een politie post, de bomen hier zijn versierd met allemaal gekleurde plasticzakken. Je moet hier voor alle delen van het land waar je doorheen reist een vergunning hebben. Zowel om er in te komen, als om er weer uit te gaan. Dus als je hier in je eentje reist ben je dagen kwijt om al die vergunningen op te halen, als het je al lukt. Onderweg zien we hoe houtskool gemaakt wordt. Het hout smeult wat en mag niet echt vlammen en het is hier al zo warm. We rijden eerst langs Ta'izz. Even hierbuiten gaat het mis. We wachten en wachten bij een controle post. De vergunning wordt steeds gecontroleerd. Het blijkt dat we een escorte mee moeten hebben naar Ibb en Jiblah. Het duurt even maar dan hebben we ook een politie escorte. We moeten eerst weer even tanken. De jeeps zuipen diesel. Er wordt hier vrij opdringerig gebedeld. Een vrouw steekt de armen door het raam. Maar de begeleidende politie slaat haar vrij hardhandig weg. Dat had van ons nou ook weer niet gehoeven. Aan de andere kant staat een blinde man. Die laten ze eerst ongemoeid, maar hij wordt iets zachtzinniger aan de kant geduwd. We gaan weer rijden. We komen in een file terecht. Er komt een politie auto met loeiende sirenes aanrijden. Die blijkt voor ons bestemd te zijn. We worden, begeleid door de loeiende sirenes, door de file heen geloosd. We hebben nu niet alleen een militaire politie maar ook gewone politie compleet met sirenes. Ook nu we de file allang voor bij zijn. We rijden nu naar Ibb. Dit ligt 65 km boven Ta'izz in een berggebied dat ook wel "het groene land van Arabië” genoemd wordt. De zuidelijke wind brengt hier vrij veel regen naar toe. Bijna elke namiddag valt hier wel een bui. Op de bergen en heuvels zijn terrassen aangelegd die vaak meer dan duizend jaar oud zijn. Men kan hier 3 tot 4 keer per jaar oogsten. We stoppen hier voor de lunch en gaan dan verder naar Jiblah. Dit ligt 8 km vanaf Ibb.

Jibla betekent vaste grond wat refereert aan de ondergrond van de huizen op deze heuvel, die voor de bewoning is afgeplat. De huizen staan dicht naast elkaar en daarom lijkt Jiblah vanuit de verte een soort fort. Er staat een paleis Al Mu'ez met 365 kamers. Voor elke dag van het jaar een andere kamer. Wij hebben alleen de moskee van koningin Arwa bezocht. Deze moskee heeft inscripties uit de koran op deuren en pilaren. Vanuit de verte zie je de twee minaretten. Een rode en een witte De witte is 1200 jaar oud en de rode 500 jaar volgens onze gids. Deze moskee is een van de oudste moskeeën van Jemen. Hij is gebouwd in 1088 door koningin Arwa. Deze dame is samen met de legendarische koningin van Sheba een van de wemlge vrouwen, die in deze tijd de macht over haar stam had. Ze nam na de dood van man de macht van hem over. Zij volgde hem als koningin op. Haar macht duurde tot aan dood in 1138. gedurende haar machtsperiode werd de grote moskee van Jibla gebouwd. Ze had veel oog voor het algemeen welzijn van haar volk. Zij liet terrassen aanleggen, die er nu nog liggen. We hebben geluk, het is geen tijd voor het gebed. Als we zo goed willen zijn een aardige fooi te doneren, dan kunnen ze wel met de hand over hun gevoelig moslim hartje strijken en mogen we naar binnen. We moeten wel de schoenen uit trekken. We lopen door de poort naar binnen. Er is een soort hoofdplein binnenin, hier omheen zijn galerijen gebouwd, zodat men overdag in de schaduw kan bidden. De gebedshal heeft een aantal pilaren, die het fraaie houten plafond steunen. In een nis ligt koningin Arwa begraven. Hier staat zo'n stevig hek voor dat je er bijna niets van kunt zien. We kunnen net door de tralies heen een tombe zien staan. De koranschool is nog volop in bedrijf. We lopen langs een soort badhokjes waar een voetenbad inzit. Hier kunnen de moslims zich eerst reinigen voor ze de moskee zelf ingaan. Wij mogen dit overslaan gelukkig, want het water ziet er niet uit. Het zal wel een rituele reiniging zijn, want schoon word je er niet van. Er is ook een groot waterbassin. Deze zal bedoeld zijn voor de reiniging, maar nu zijn er heerlijk kinderen aan het poedelen. Er is ook een mooie gekleurde deur. Deze komt prachtig uit tegen al het wit. Bert gaat zelfs met de imam op de foto, maar dit gelovige mannetje van ongeveer de helft van Bert, geeft duidelijk aan dat voor hem de zon ook niet voor niets op­gaat. We geven hem wat, maar hij is duidelijk niet tevreden. We worden er nu ook maar helemaal uitgegooid, de fooien waren kennelijk niet groot genoeg naar hun zin. In het dorp lopen sommige vrouwen helemaal gesluierd en bij andere vrouwen zie je hun gezicht. Dit is familie gebonden.

Bert gaat nog even het museum bekijken. Ik heb er geen zin meer in. Ik blijf lekker even buiten. Het is hier zo'n 35 gr C en er staat een lekker windje. Ik geniet van het mooie uitzicht. Er komt een man naar me toe. Hij wil me voor de verandering een jambiya verkopen. Ik vertel hem dat ik geen man heb, dus ook geen jambiya kan kopen. Nu ben ik echt de klos. Hij ziet me wel zitten als zijn vrouw. De hoeveelste kom ik niet echt achter. Het moet wel liefde op het eerste gezicht zijn, want de taalbarrière is toch wel enorm. Hij gaat nog een keer bij Pleuni informeren of het er echt niet in zit. Uiteindelijk druipt hij teleurgesteld af. Dit is dus geen goede smoes om van jambiya verkopers af te komen.

Hier in Jibla is een ziekenhuis dat geleid wordt door een Amerikaanse missionaris en er werken veel Nederlandse en Fi­lippijnse vrijwilligers. We zitten op een muurtje te wachten tot de anderen ook weer komen. We de­len wat pennen uit aan kinderen die met schoolboeken onder hun arm lopen. Vraagt een jongen van een jaar of zestien ook om een pen. Nee, je kunt ook qat kopen, kun je ook een pen kopen. Wij hebben de indruk dat hij de boeken van een ander kind even geleend heeft om een pen te vragen.

We gaan weer verder. Terug naar Ta'izz. Deze stad ligt op de noordelijke helling van de Jebel Sabir. Opeens zijn we al onze escortes kwijt geraakt. Wat een mop. Eerst met loeiende sirenes hier naar toe: “opgelet de toeristen komen er aan, op de terugweg kun je ze kidnappen”. Wij krijgen op de terugweg een fikse bui over ons heen. Kompleet met rukwinden. Er kletst een steen tegen de jeep aan. Het is een flink kabaal. Als we Ta'izz binnen komen stroomt het water als een gek naar beneden langs de weg. We komen net droog het hotel binnen. Ondanks de regen is het hier toch 45 gr C en erg benauwd. We slapen op de 5e verdieping. Het is geen India, waar ze je bagage dragen. Hier kijken ze je aan en zijn nog net bereid aan te wijze waar de trap is, maar meer moet je absoluut niet verwachten. Het is tenslotte qat tijd. We zeulen onze bagage naar boven. Het is echt zeulen hoor, als we boven zijn kun je ons uitwringen. We besluiten dat we ook dit keer weer veel te veel bagage mee hebben. Gelukkig zijn de bedden wel lekker en hebben we een fan. Het zal wel snel wat afkoelen. We hebben dit keer geen toilet maar een hurker. We gaan wat was uitzoeken om te laten wassen, we blijven hier 2 dagen. Ik was zelf onze jackjes en sokken. Dan is het tijd voor een lekker bakje koffie. Bert is helemaal ontdaan. Hij heeft voor de eerste keer van die kuipjes koffiemelk meegenomen in plaats van Completa, maar de kuipjes zijn hartstikke zuur geworden. Ze staan er helemaal bol van. Wat wil je ook met deze temperaturen. We slapen vlak bij een moskee. Dat worden weer oordoppen vannacht. We hebben geloof ik nog niet zonder geslapen. Of de moskee mekkerde of de airco brulde en anders zwiepte de fan wel. We zien ook een echte rukker op het dak van het tegenover liggende huis. Eerst zit hij op de hurken. Even later staat hij met de jurk omhoog. Het is een potent manneke, hij gaat maar door.

In Ta'izz moeten lekkere pannenkoeken gemaakt worden. We gaan dus maar op zoek. Dit wordt wel komisch. We lopen er eerst zeker wel vijf voorbij, zonder ze te zien. We lopen tot aan de soek toe. Er hangen allemaal mango' s voor. Wij dachten dat het een juicebar zou zijn. Maar we komen ook anderen van de groep te­gen die ook op zoek zijn en uiteindelijk, vlak bij het hotel vinden we er een. We eten pannenkoe­ken met ei en een mango­juice. Het is zo goedkoop dat we denken dat we het verkeerd hebben verstaan. 140 ryal maar liefst. Dit is nog geen fl 1.50. We worden aangehouden door een jemeniet die zelf uitstekend engels spreekt. Hij wilde graag weten wat we van Jemen vinden. We vertellen hem dat het een prachtig land is. Maar ook dat we verbaasd zijn dat het land zo vol afval ligt. Hij vertelt dat men probeert de houding van de mensen hierover te veranderen. Er wordt veel over geschreven en nog eens over geschreven, maar eigenlijk wordt er niets aan gedaan. Iemand moet het initiatief nemen en ze wijzen allemaal naar elkaar. Maar ondertussen gebeurt er niets. We gaan op weg naar de soek. We willen hier eigenlijk wel een jambiya kopen. We lopen via een oude poort de soek binnen. Maar als we net binnen de poort zijn valt het licht uit. Er worden wel kaarsjes aangestoken, maar je ziet echt niet meer waar je loopt. Het zijn ook allemaal kuilen en stenen op de lemen grond, dus het loopt niet echt lekker. En om zonder licht in de nauwe steegjes te verdwalen trekt ons ook niet erg. Morgen maar weer eens proberen. Buiten de soek staan overal aggregaten te brullen. Eigenlijk hebben we het ook wel een beetje gehad. We lopen terug. We moe­ten op een gegeven moment een drukke straat oversteken en staan keurig te wachten tot dat we over kunnen steken. Een politie man laat alle auto' s stoppen om ons over te laten steken. We hebben maar even zeer vriendelijk naar hem gezwaaid. Als we bij het hotel zijn gaan we aan de overkant nog even cola en water halen. En wat zien we, wel twee pannenkoeken restaurantjes recht tegenover ons hotel. We gaan lekker slapen. Mijn enkels zijn nog steeds ongeveer twee keer zo dik als normaal. We zijn zo moe, dat we niet eens nadenken over de kakkerlakken die weg­schieten als we het licht aan doen...

Lees deze bijzondere reis van tweereizigers verder op hun eigen pagina. Op deze pagina staan nog meer verhalen over andere bestemmingen uit de hele wereld.





Eigen reisverhaal schrijven

Heb je altijd al een eigen reisverhaal willen schrijven? Dat kan natuurlijk op papier in een eigen dagboek. Ook is het mogelijk om jou avonturen online bij te houden doormiddel van een eigen reislog. Als je een leuk reisverhaal geschreven hebt dan is de mogelijkheid aanwezig om je verhaal op deze website te plaatsen. Mail ons daarom direct en lees wat de mogelijkheden zijn.





Heb je ook een reisverhaal geschreven? Publiceer het hier!




 

 




Hotel arrangementen

Hotelarrangementen en voordelige uitjes

Altijd méér dan 6.000 hotelarrangementen in de aanbieding in binnen- en buitenland! 

Voordeeluitjes.nl

Alles over het M-O


Ga op zoek naar informatie over landen, dieren spottenbeste reistijden, reisverhalenrondreizen of leuke vakanties naar 
landen binnen M-Oosten:

 

Landen van Europa
Landen
  Dieren spotten in Europa
Dieren
  Beste reistijd van Europa
Reistijd
         
Verhalen van Europa
Verhaal
  Rondreizen door Europa
Reizen
  Zoek en boek reizen en vakanties
Zoeken 
Eigen reisverhaal


Heb je ook een reisverhaal geschreven?

Publiceer het hier!


of maak een reisweblog aan bij:

Reiskrabbels.nl  


  

Stedentrips in voorjaar

De zomer is voorbij, maar de wintersport is nog ver weg. Tijd voor een najaarszonnetje of een stedentrip:

Rome in 3 of 4 dagen
6 juweeltjes van Portugal 
Top 100 beste stedentrips 
8 leukste uitstapjes in Spanje 
Informatie van Antwerpen
Informatie van Brugge 
10 Hoogtepunten Malaga 
Hoogtepunten buiten Praag


Najaarzon:

Tijdens het najaar zijn er nog volop zonbestemmingen te vinden:

Griekenland 
Italië 
Kroatië 
Portugal 
Spanje 
Turkije 

 
 
Tenzing Travel
 

.